Overweging 10-april 2005

Tekst: Johannes 21: 1-19

Het is Pasen geweest. Het feest van de jubel, van vreugde en licht. Van héél veel halleluja… een vrolijk Pasen… maar dan. Dan volgt dit verhaal: de leerlingen gaan weer vissen. Ze gaan verder waar ze gebleven waren… of toch niet?

Het is eigenlijk het verhaal van de maandag, de dag na de zondag, de dag na het feest. De dag dat het leven verder gaat, dat het werk roept.

Vissen: dat is hun dagelijks leven. Waar zouden ze het over hebben in die boot? Hoe voelen ze zich, in die nacht waarin alles mislukt? Geen vis vangen ze…. Heeft de verschijning van Jezus, het bericht van zijn opstanding, genoeg licht gebracht om daar tegen te kunnen? Heeft het iets te betekenen in hun dagelijks leven, hun dagelijks zwoegen als vissers?

Wat hebben wij nodig, om in ons dagelijks leven te geloven, om te ervaren dat God te maken heeft met ons gewone doen en laten? Dat we Jezus kunnen volgen in wat onze hand te doen vind?

Jezus komt tegen de morgen… alweer… net als bij de opstanding. Eerst de nacht, het mislukken, donker en verdriet, en dan bij het eerste licht… dan is Jezus er. Het bijna alsof de nacht een noodzakelijke voorbereiding is op zijn komst. Maar dan kun je natuurlijk nooit zo algemeen zeggen. Wel dat sommige mensen het zo ervaren: na een lange nacht wordt het toch weer morgen, wordt het licht en dan ervaar je dat als iets van God. Na een lange tijd waarin je niet goed wist hoe je verder moest, na een periode van verwarring, zie je weer licht, en houvast. En hoe komt dat dan opeens? Je weet het soms niet… de nacht gaat voorbij, het wordt weer licht. Je kunt weer opstaan, er zit weer kracht in je benen…

Jezus staat op de oever en vraagt: hebben jullie iets te eten. Waarom vraagt hij dat? Heeft hij honger? Of vraagt hij of zij honger hebben? Is het zorg om hen; redden ze het wel?

Hij is iemand die zorgt voor wie hem lief zijn. Door het voedsel, door te zorgen voor eten, laat hij merken hoeveel hij om hen geeft. Net zoals veel vrouwen en mannen doen: in je dagelijkse zorgen klinkt iets door van je liefde.

Dat is misschien wel wat je helpt om op te staan, vertrouwen te hebben – zorgzame liefde die volhoudt, die er steeds weer is. Net zolang tot je er in gaat geloven, er op gaat vertrouwen.

Natuurlijk herkennen ze hem niet. Jezus wordt keer op keer niet herkend, na zijn opstanding. Het gaat je boven de pet, je kunt er met je verstand niet bij dat iemand opgewekt wordt uit de dood. Opgeslokt zijn ze misschien, door wat er allemaal fout gaat. Niets gevangen, geen inkomsten, niets te eten… En die man daar op de oever geeft hen advies: gooi het net aan de andere kant uit.

Ze nemen het advies aan, en dat is nog gekker dan het lijkt. Het is een heel onlogisch advies! Netten gingen altijd aan de linkerkant overboord. Aan de rechterkant, stuurboord, zit het roer, en daar is het water teveel in beweging, daar zit geen vis. Dus daar zet je je net nooit overboord… het zou ook nog verstrikt raken in het roer. Maar ze doen wel wat hij hen opdraagt; ze negeren hun gezond verstand, hun ervaring, zoals ze het altijd al gedaan hebben.

Een hele kunst, om je manier van doen, je gewoonte, zo te durven doorbreken.

Je hebt toch de neiging om te denken: zo doe ik het altijd! Hoe kan een ander het beter weten dan ik, met al mijn ervaring…. En stel je voor dat het nòg slechter wordt, als ik het anders doe…

En dan hebben ze wel beet, en hoe! .Dan pas dringt het door: het moet Jezus zijn! Niet aan zijn verschijning herkennen ze hem, maar aan wat hij teweeg brengt. Net als de Emmaüs gangers: Jezus is degene die velen te eten geeft, die zorgt voor mensen, deelt zodat iedereen genoeg heeft, zorgt voor overvloed.

Je kunt kort of lang discussiëren over wie Jezus is, maar het gaat er toch om dat hij je iets doet. Dat je ziet in de verhalen hoe hij mensen raakt, door zijn zorg, en jezelf terugziet in die mensen met hun vragen, pijnlijke plekken, kwetsbaarheden….

Ze eten, en tegelijk zitten ze met de mond vol tanden… want echt begrijpen doen ze het niet. Wie bent u, willen ze vragen.

Goed, hij hun Heer, dat dringt inmiddels tot hen door, dat hij het echt is. Bij de derde verschijning moet dat wel zo langzamerhand duidelijk worden. Maar er blijven nog zoveel vragen over. Wie is hij, dat de dood geen vat op hem heeft. Hij is geen gewoon mens, dat is duidelijk. Maar wie is hij dan wel? Wie is hij dat hij over de dood heen voor hen zorgt? Wat betekent dat voor hun leven verder? Wat moeten ze hiermee……

Het is een vraag die voor mij ook geldt, en misschien voor u ook wel. Wie is Jezus, hoe kan iemand God en mens tegelijk zijn. Dat gaat ons begrip te boven. En wat moeten wij met hem? Wat heeft de opgestane voor ons te betekenen? Wat voor rol speelt het in ons leven dàt er iemand, dat Jezus, is opgestaan uit de dood?

Hij breekt het brood en de vis, en geeft hen te eten. Dat is de houvast. Ze merken dat ze iets ontvangen, om van te leven.

En ze merken dat, als hij erbij is, hun dagelijkse bezigheden er anders uitzien. Na een nacht zwoegen vangen ze wel vis. Omdat hij hen uitdaagt het eens heel anders te proberen. Het letterlijk over een andere boeg te gooien. En daarbij vertrouwen te hebben.

Jezus is degene die op de oever staat als wij soms ploeteren om er iets van te maken, en steeds maar bot vangen. Degene die ons vraagt ‘heb je honger?’ en dan zegt ‘probeer het eens langs die kant… dan gaat het vast beter. God is er, elke dag weer, in wat we doen en laten - Hij staat op de oever….