Overweging 10 januari 2010

Uitleg en verkondiging door ds. Paul Oskamp bij Lucas 3: 15-16, 21-22

ALS DE MESSIAS KOMT

2000 jaar geleden traden Johannes de doper en Jezus op in het joodse land. Dat wekte hoge verwachting. Men vroeg zich af of Johannes misschien de messias was, de beloofde redder van de wereld. Later beleed Simon Petrus openlijk van Jezus: u bent de messias.
Het deed mij denken aan de verschijning van president Barack Obama. We herinneren ons zijn begeesterde redevoeringen, de hoop die hij wekte, hoop dat het anders kan op aarde. Yes we can! Wereldwijd heeft Obama mensen aangestoken met de verwachting van vrede en gerechtigheid op aarde. Het messiaanse van Obama is dat hij een nieuwe tijd beloofde en een betere wereld.

Een oud verlangen
Dit is een oeroude verwachting. Wij delen die met het Joodse volk, dat altijd heeft uitgezien naar de komst van een menselijke gestalte, de Messias, de ‘gezalfde’, (in het Grieks:) de Christos die alles op aarde recht zal zetten en die de heerschappij van God hier zal vestigen. Zo steekt Israël, en de kerk met haar, de mensheid met hoop aan.
Johannes de doper verwoordt, net als de profeten vóór hem, de verwachting van Gods koningschap. Hij verklaart: ìk ben de messias niet; maar degene die na mij komt, Jezus, die zal jullie dopen niet met water maar met heilige Geest, dat is: met kracht en inspiratie van omhoog.
Nu is er, als het erom gaat wat wij van de messias kunnen verwachten een tegenstelling tussen Johannes de doper en Jezus. Johannes verwacht voor alles Gods oordeel over het kwaad en de boosdoeners, oordeel als verterend vuur, zo iets als de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Bij Jezus overweegt het thuis brengen van de verloren schapen. Johannes, de strenge asceet, zegt vooral de afstraffing en uitroeiing van het kwaad aan, bij Jezus zien we bovenal barmhartigheid en heelmaking.

Jezus laat zich dopen
We komen nu bij de kern van de boodschap: de doop van Jezus in de rivier de Jordaan. Met heel het volk mee doet Jezus boete, hij die zonder zonde was, omdat hij immers als een zuivere schepping uit God geboren is. Zie hem daar gaan naar het reinigingsbad, een van ons, een met ons. Zie hem naakt in het water staan, wat is hij weerloos.
Op een mozaiek in een doopkapel in Ravenna uit het jaar 450 staat de Heer afgebeeld, zijn piemel, net onder de waterlijn, zichtbaar. Alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Daarom laat Jezus zich onderdompelen, met alle mensen mee, als een dopeling, een drenkeling die weet wat leven is: een vloed van tranen en golven van geluk.
Dan klinkt een stem uit de hemel: Jij bent mijn geliefde zoon, in jou heb ik behagen. Dit is een citaat uit Psalm 2, waar de koning zijn zoon aldus aanspreekt: Jij bent mijn zoon, ik geef je volken in bezit. Zo is de doop van Jezus het verhaal van zijn roeping door God de Vader. Er klinkt ook een profetie van Jesaja in door: ‘Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld.’ (Jes. 42: 1)

Uit God geboren
En dan, moeten we ons voorstellen, daalt de Geest van de Heer op Jezus neer. Nee, niet als een verterend vuur maar teder als een duif. Is dit echt zo gebeurd? Ik denk dat dat van die stem en van die duif eerder een visioen is (Jezus was in gebed). Maar visioenen zijn soms meer wáár dan ons verstand kan bevatten. Want het is waar: Jezus heeft zijn oorsprong in de Eeuwige, hij is uit God geboren, hij geldt als zoon van de Eeuwige. Jezus is een print van God, hij is sprekend zijn Vader.
Het geheim van Jezus onze Heer is: Hij is een met het mensenvolk, één van ons; - èn Hij is één van wezen met God. Waarom is dat zo belangrijk? Omdat het geloof in de messias Jezus ons verbindt met de Eeuwige; dat je mag weten: wat er ook gebeurt; God is erbij, Hij weet ervan en laat het er niet bij zitten. Hij komt de volken troosten met liefde, vrede en recht. Wij leven onder een open hemel. En ikzelf? Ik ben een kind door God bemind en tot geluk geschapen.
Samengevat is Jezus’ doop zijn roeping èn de aanvaarding van het ambt van Messias, van zaakwaarnemer van de Allerhoogste. Daarmee begint zijn dienst van God en de mensen. Jezus zegt van zichzelf: k ben in uw midden als een die dient (als diaken staat er)

Onze doop
Van de doop van Jezus loopt een directe lijn naar onze doop. Een gedoopte is het eigendom van de Heer Jezus. We zijn ondergedompeld in de goddelijke liefde, om die liefde door te geven. Met je doop begint je dienst.
Ik hoor Petrus in zijn brief in dat verband drie dingen zeggen: (1 Petrus 4: 7-11)
Heb elkaar lief, wees goed voor elkaar, vriendelijk, welgezind
Wees gastvrij, stel je open voor anderen, heb ruimte in jezelf voor het verhaal van de ander en voor iemands wel en wee.
Dien elkaar met de genadegaven die je van God hebt gekregen. Dit slaat op de charismata, de geestesgaven die de Geest aan elk van ons geeft. Wat zijn die gaven? Het kan van alles zijn: muzikale gaven of spreken in het openbaar; maar ook: klussen of een cake bakken. Organiseren is ook een charisma of met jeugd omgaan, toegewijde zorg of een administratieve knobbel. Iedereen heeft wel een gave, al was het maar dat je goed bent op de mondharmonica. Waar het om gaat is: laat de gemeenschap profiteren van jouw charisma! Zo zijn we van elkaar gediend.
Dus: heb elkaar lief – wees gastvrij, sta open – dien elkaar met de gaven die elkeen heeft meegekregen.

Ambten die ons voorgaan
Er loopt ook een lijntje naar de bevestiging in een ambt. (1 Petrus 5: 1-4) We hoorden Petrus een beroep doen op de oudsten, de ouderlingen en –het spreekt vanzelf- ook op diakenen en dienaren van het Woord: Hoed Gods kudde (zo heet het) ofwel ‘weid’ haar als goede herders. Ook dat houdt drie dingen in:
Leid de kudde (de gemeente) naar grazige weiden ofwel zorg voor geestelijke voeding, leer haar het geloof
Bescherm de gemeenschap tegen gevaar, tegen de waan van de dag, tegen de ketterij van de vreemdelingenhaat
Houd de kerk bijeen
Dus: Voed de gemeente met geloof en geloofskennis – Bescherm haar tegen het heidendom – Bewaar de gemeenschap

Paul Oskamp