Overweging op zondag 12 september bij Lucas 15: 1-10 |
|||||
|
Jezus vertelt 3 verhalen over wat verloren dreigt te gaan het schaapje, dat weg is, het muntje dat ergens onder gerold is en de zoon die weggegaan is. Aanleiding is gemor van schriftgeleerden en Farizeeën. Dat Jezus teveel aandacht besteedt aan zondaars, aan mensen die de fout ingaan.. Moet hij zich dáár nu zo op richten? Dan komt Jezus met het beeld van iemand die schapen heeft. Het woord herder valt niet, maar de mensen horen het misschien net als wij in hun oren is dit een ‘goede herder’, of niet? De Farizeeën en schriftgeleerden moeten vast denken aan teksten uit de bijbel, waar een slechte herder iemand is die zijn schapen in de steek laat. Die ze laat rondzwerven, ten prooi aan gevaar. Een beeld voor een slechte leider, een koning die niet voorkomt dat zijn volk ellende overkomt, in ballingschap terechtkomt. Merkwaardig eigenlijk, dat Jezus juist dit beeld gebruikt: al die 99 schapen laat hij immers achter als schapen zonder herder.. en toch.. Ik bedoel alleen maar te zeggen: het is wel een echt dilemma. Je kunt zeggen ‘natuurlijk ga je dat ene schaap zoeken, dat spreekt vanzelf..’maar zo eenvoudig is het niet. Er is nog een hele kudde, er zijn er nog 99 die aandacht verdienen. Een snelle stap naar hoe het in de kerk speelt, deze vraag.. we hebben maar beperkt tijd en energie, en waar steken we dat in? Gaan we op zoek naar wie zich verwijderd heeft, van de kerk.. wie uit beeld is bij ons…? Maar we moeten ook investeren in wie hier zijn, aandacht schenken aan elkaar, de boel draaiend houden, de onderlinge band versterken.. En in ons dagelijks leven: hoe ga je om met iemand die je in de verte ziet verdwijnen, verdwaald…Laat je alles uit je handen vallen om er achteraan te gaan.. op te zoeken wie de weg kwijt is? Er is zoveel waar je verantwoordelijkheid voor draagt, kun je dat wel zomaar uit je handen laten vallen? En je moet ook aan jezelf denken..anders heb je straks helemaal niets meer te geven over.. En dan zijn er nog grenzen aan wat goed is voor een ander: is het wel goed om steeds maar aan te lopen achter wie de fout in gaat.. er is toch eigen verantwoordelijkheid? Is iemand wel geholpen als je steeds wilt helpen? Nog kleiner: er kan ook iets zijn wat je zelf dreigt te verliezen, iets wat je al kwijt bent. Een stuk van jezelf.. verder gaat het wel goed, maar je weet dat er iets is wat je verwaarloost. Je neemt er niet de tijd voor.. want dan moet je andere dingen even laten vallen. Er speelt een soort kosten-baten analyse, die in onze maatschappij heel gewoon is. Wat levert het op, als ik tijd en energie in iemand steek? Als we als bedrijf een paar mensen ontslaan, of laten gaan, dan is dat voor het geheel beter. Offeren we een kleine groep op, dan zorgen we voor het belang van de grote groep.. Als je ziet dat iemand de aansluiting mist, uit beeld raakt… wat dan? Jezus maakt heel duidelijk met deze verhalen hoe het bij God gaat de Eeuwige kan niet anders dan die ene achterna gaan. Ook hier zit iets wat je op het verkeerde been zet in het verhaal (zo gaat dat bij parabels) het gaat zegt Jezus om inkeer, om omkeer dat die ene de weg terug vindt.. maar wat gebeurt er? Die ene wordt gevonden. Als wij de weg kwijt zijn, vergeten wat echt belangrijk is, en tot inzicht moeten komen, prioriteiten stellen, een keus maken.. en twijfelen en dralen.. en piekeren hoe we nu toch in beweging moeten komen.. dan worden we gevonden! God wacht niet tot we ons eindelijk omgedraaid hebben en zelf de weg terug gevonden hebben.. Ik zou trouwens even tussendoor wel willen pleiten voor de kunst van het afdwalen.. wie niet dwaalt, wordt nooit verstandig schreef Goethe . Wie het niet aandurft om fouten te maken ontdekt ook nooit iets nieuws.. het dwalende schaap wordt hier nergens afgestraft. De herder zoekt het waar het zich bevindt..en het schaap laat zich vinden. Degene die gevonden wordt voelt zo ineens en beseft hoe zij of hij een ander nodig heeft.. Dat is inkeer. Inkeer is niet weer gehoorzaam de kudde in stappen, in het gelid. Opgaan in het geheel en niet opvallen.. als er niets gebeurd is. Inkeer is thuis komen, maar dan stel ik me daar niet een huis met dikke muren, statisch, onveranderlijk bij voor. Nee, dat thuis dat is het gaan naast de herder.. zoals psalm 23 het beschrijft. Mijn Herder is de heer. Met hem ben ik verbonden, hij gaat naast me, hij kent me en draagt me.. een beeld vol intimiteit. Inkeer is steeds weer (want één keer je bekeren, daar ben je er niet mee) je toekeren naar degene die naast je wil gaan die herder. God die ons leven delen wil. In alle dagelijkse keuzes, in het zonlicht en bij nacht en ontij… als het gaat om onze eigen relaties, liefde en als het gaat om het wereldtoneel, politiek, werk.. de herder gaat naast ons. En zoekt ons.. |
|||||
|
|||||