Zondag 23 september 2007, overweging in de oecumenische viering bij Prediker 3: 1-15

Vrede, hoe bereik je dat?

Wat is vrede eigenlijk? Dat er niet gevochten wordt? Maar als er geen klappen vallen, is het dan vrede? Voor vrede is wel iets meer nodig – dat mensen zich recht gedaan voelen, dat er geen misbruik van macht wordt gemaakt, dat er geluisterd wordt naar elkaar, met respect…

Hoe bereik je dat mensen zo met elkaar omgaan: luisteren ipv een ander kleineren, en kwetsen?

Jezus zegt in het evangelie: als iemand je slaat keer hem ook andere wang toe. Hoe ga je er zelf mee om, als je geslagen wordt. En dat hoeft niet eens letterlijk te zijn – als iemand je met verwijten om de oren slaat, wat doe je dan? Natuurlijk heb je dan de neiging om net zo hard met al je bitterheid terug te slaan en alles wat je allang had binnengehouden er helemaal ongecensureerd uit te laten spuiten… maar is dat wijs? Moet je de andere wang toekeren, of is er ook een tijd om terug te slaan? Wat leer je je kinderen?



Jezus is geen doetje. Ik houd me altijd maar vast aan het verhaal waarin hij de handelaars en zwendelaars de tempel uit jaagt, en daarbij de hele zaak hardhandig omkiepert. Jezus bedekt niet alles met de mantel der liefde, maar kan ook in zijn woorden heel scherp uit de hoek komen. Mensen die huichelen, en God voor hun karretje spannen, alleen uit eigenbelang handelen, die slaat hij ongenadig met zijn oordeel om de oren.

Maar dat is nog wat anders dan kwaad met kwaad beantwoorden, dan terugslaan. Jezus stelt een duidelijke grens aan het kwaad, hij verdoezelt het niet, maar zegt luid en duidelijk: dit kan niet, en dit kan ook niet ongestraft gebeuren.

Zoveel moed en duidelijkheid missen wij vaak..



We schipperen wat af, en twijfelen wat het goede is om te doen. Het zijn de dilemma’s van alle tijden. Twee jongens vechten op straat – en vechten is niet goed natuurlijk – dus haal je ze uit elkaar? Of kijk je eerst nog even hoe het afloopt, en of ze er zelf achterkomen dat dit niets oplost? En neem je op de koop toe dat er één de meeste blauwe plekken oploopt?

In het groot is het een stuk lastiger. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik weet nooit goed raad met de vraag, of er nu ingegrepen moet worden met geweld, als er ergens in een land van alles misgaat. Als het gaat om Irak, dan weet ik het nog steeds niet, en ik ben niet de enige geloof ik, of het nu wijsheid was, achteraf, om dat land binnen te vallen. Heeft het zin gehad om geweld in te zetten? Kon het niet anders?

In de vredeskrant van dit jaar worden een vader en een dochter geïnterviewd. Zij is uitgezonden naar Uruzgan als militair. Hij is vredesactivist. Hij vraagt zich af of het ingrijpen in Afghanistan niet teveel is ingegeven door wraakgevoelens. Zij zegt dat de militairen toch veel voor het land kunnen betekenen, al is het lastiger dan gedacht. Hij zegt: we hadden de kans moeten grijpen om te onderhandelen. Zo winnen we misschien de oorlog, maar niet de vrede Zij zegt: ik ben bereid te vechten voor de veiligheid van anderen, en dat is een voorwaarde voor vrede.

Prediker zegt: er is een tijd om te doden, en een tijd om te helen. Er is een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede.

Het dilemma wordt niet opgelost… wat is wijsheid… de andere wang toekeren, of een duidelijke grens stellen, en hoe dan..? Hoe vecht je het best voor vrede?

Prediker is het schoolvoorbeeld van iemand met de beide benen op de grond. Geen hoogdravende, onbereikbare idealen – daar moet deze praktisch ingestelde wijze niets van hebben. Hij kijkt om zich heen en laat tot zich doordringen hoe de dingen gaan. Hij maakt het niet mooier dan het is, en temidden van vreugde en verdriet probeert hij een zin te ontdekken, de zin van het leven. Dat valt niet mee. Want wie goed leeft, wordt niet altijd beloond. Wat doen mensen elkaar allemaal aan? En wat is de zin van lijden en verdriet? Waarom grijpt God niet in?

Toch klinkt er naast opstandigheid, soms bitterheid, ook acceptatie door bij Prediker. Misschien het soort acceptatie dat we allemaal in ons leven hopen te bereiken: door alles heen wat we meemaken, en daar zijn heus dingen bij die je opstandig maken, die niet zinvol zijn… toch het besef veroveren dat het goed is.



Maar ondertussen moet je wel de uitersten van het leven op je af laten komen en de zin ervan onderzoeken, net als Prediker doet. Boos worden om onrecht, huilen om de pijn van een ander, stampvoeten om wat er fout gaat..

Er is een tijd om boos te worden, en één om te accepteren.

Er is een tijd om de andere wang toe te keren, en een tijd om een duidelijke grens te trekken, en een ander een halt toe te roepen.

En in dat alles kan alleen God ons dragen – ons zoeken naar wat goed is komt tot rust in hem… wij vechten voor vrede, in het besef dat alleen in God echte vrede gevonden wordt – maar dat maakt onze opdracht om ernaar te blijven zoeken alleen maar groter..

Laten we vechten voor vrede, tot we vrede vinden in de Eeuwige..

.