Overweging bij Genesis 41, zondag 26 oktober 2008 |
|||||
|
Ik had vannacht een droom. Ik stond ergens aan een van onze rivieren en keek over het water uit, dat water dat ons land zo vruchtbaar maakt en dat ons zoveel welvaart gebracht heeft. En opeens kwamen er koeien uit dat water... stevige zwart-bonte Hollandse koeien, goed in het vlees. Van dat mooie Friese stamboekvee. Ze klommen op de kant en gingen grazen in het sappige gras van het weiland. Ja, dacht ik, dit is nou echt een Hollands plaatje, zo gaat het in ons land. Maar toen, opeens, kwamen er nog meer koeien uit het water. En dit keer waren het echte scharminkels: mager, vel over been, ik zag de botten bijna door het vel heensteken. Ze pasten helemaal niet in het Hollandse weidenlandschap... ze pasten bij tv-beelden van een verre, dorre en droge woestijn, waar mens en dier eeuwig op zoek zijn naar wat water. Ze stonden even naast elkaar en ik schrok van het verschil... en toen bespron¬gen de magere scharminkels de zwart-bonte koeien en in een oogwenk waren er alleen nog die lelijke beesten.. daar stonden ze, in het groene weiland, onheil¬spellend en misplaatst. En even later droomde ik nog een keer... Ik zag een korenaar, barstens vol graan, zoals het goudgeel wuivend in onze polders staat, velden vol. Maar ook deze aar vol graan werd verslonden door een mager exemplaar. En er was alleen nog die magere aar, hard, zonder graankorrels om brood van te bakken. Zo droomde de Farao van Egypte ook. Ook hij was, net als wij, gewend om te leven in een land van overvloed. Die vette koeien zag hij iedere dag grazen... de welvaart kende geen einde. Maar toen opeens, in zijn droom, zag hij onheilspel¬lende beelden en er bekroop hem een angstig voorgevoel: wat als die welvaart nu eens opeens opdroogde? Dromen spelen een terugkerende rol in het verhaal van Jozef… Hier wordt voor de derde maal gedroomd en uitgelegd. En Jozef is inmiddels geoefend. Het zoemde misschien al rond in de gevangenis.. heb je het al gehoord, die droom van de Farao… de adviseurs komen er niet uit… hé Jozef, jij bent toch zo goed in dromen? In het gesprek ter voorbereiding op deze dienst vroegen we ons af, of Jozef nu bezig is met zijn eigen carrière planning… daar staat hij nu, voor de troon van Farao.. vers uit de gevangenis.. en als hij zijn kans niet grijpt, gaat hij zo meteen linea recta weer terug de kerker in. Wat kan hij doen om zijn lot te keren? Hij kan zijn talent, om dromen uit te leggen, gebruiken. Trouwens, bij deze droom lijkt het niet eens zo moeilijk om een betekenis te zien… voorspoed, gevolgd door tekort.. dat lijkt wel duidelijk. Maar wie durft dat hardop te zeggen… in het welvarende Egypte? Daar houdt men geen rekening met honger.. de bomen groeien bij wijze van spreken tot in de hemel.. Jozef heeft zijn talent, en hij heeft moed… hij is slim en meer dan dat… hij voelt zich door God zelf gesteund. Jozef legt de droom, angstdroom van de Farao, uit. Hij is duidelijk: God’s besluit staat vast na overvloed komt hongersnood… een onheilspellend vooruitzicht, één om van wakker te liggen er komt een crisis aan. Een boodschap waarna je wanhoop verwacht, verslagenheid, protest misschien… of juist berusting, omdat God zo besloten heeft. Maar er volgt een verrassende wending…. Jozef legt niet alleen de droom van de Farao uit, hij ontvouwt ook een plan… Hij reageert anders dan je zou verwachten niet met de handen in de schoot, berusting, aanvaarding van Gods besluit. Nee… hij denkt in de richting van actie. Hij verlegt de aandacht van de magere koeien, en korenaren zonder graankorrels, naar de vette koeien en de overvolle korenaren. Geen angst voor de slechte tijden, aanwakkeren van een gevoel van crisis, paniek of somberheid… maar aandacht voor de goede tijden. Hoe gaan we om met onze overvloed dat wil hij de Egyptenaren leren. de magere koeien, en de angst voor honger, die dient om de mensen wakker te schudden,uit hun comfortabele welvaart.. Dankbaarheid, misschien gaat het daar wel om… en aandacht… Zorg om goed te oogsten en te bewaren, de overvloed niet zomaar te verspillen, of het graan op het veld te laten staan, te laten verrotten… maar zorgvuldig omgaan met wat het land geeft. Elk graankorreltje oogsten, niets verspillen.. Want wat blijkt… wat er overblijft en opgeslagen wordt in de jaren van overvloed is méér dan genoeg, ook als er 7 jaren lang niets te oogsten valt! Het is zelfs genoeg voor de volken om Egypte heen! Deze droom van de Farao, die hem zo angstig maakte, is misschien wel geen angstdroom. Het is een droom die helpt om stil te staan bij wat er wél is, aan overvloed. Een overstap naar onze tijd is snel gemaakt, denk ik. Ook nu spelen angst, voor teruggang en voor crisis; de angstdroom van de Farao is herkenbaar. De boodschap van dit verhaal van Jozef spreekt voor zich: er is genoeg welvaart om van te leven, maar je moet er wel verstandig mee omgaan, zoals Jozef dat adviseert. De rol van God, zoals die in de tijd van Jozef gezien werd, als degene die besluit tot welvaart èn hongersnood.. die kunnen wij niet meer zo zien, denk ik. We spraken daar ook over in de voorbereiding een God die goed en liefdevol is, daarvan kunnen we nog wel onze overvloed in dankbaarheid ontvangen… maar onze tegenspoed, dat kan toch niet van hem komen? Dat is misschien niet zo logisch, maar toch… het mooie van dit verhaal vind ik, dat naast Gods wil het menselijke handelen, en de menselijke verantwoordelijkheid, belichaamd in Jozef, helemaal overeind blijft. God beschikt misschien, zo beleefde men dat eeuwen geleden… maar de mens mag zijn verstand, zijn door God gegeven mogelijkheden gebruiken… en tot een oplossing komen. Dat is de verantwoordelijkheid voor de mens, dat blijft overeind. Hoe je ook aankijkt tegen de vraag, waar het kwaad vandaan komt. En Jozef is daarbij geïnspireerd door de Eeuwige hij voelt zich gesteund, daar in de gevangenis, en aan het hof. Hij is degene die zorgt voor brood voor iedereen… een wonderbare spijziging. Rebecca Onderstal. |
|||||
|
|||||