Overweging 27-februari 2005

Tekst: bij het kruiswoord uit Lucas 23, 43

We staan deze weken voor Pasen rond het kruis. En we verplaatsen ons elke week in één van de mensen die daar ook zijn.

Waar staan we zelf, ten opzichte van Jezus? Hoe dichtbij, hoe veraf? Staan we bij Maria met haar verdriet, van vorige week? Bij Simon, de toevallige voorbijganger, die nog niet helemaal goed weet waar het over gaat? Vandaag kijken we omhoog en zien 3 kruisen staan. Herkennen we ons in die 2 misdadigers, waar de lezing vandaag over gaat? Het is niet zo waarschijnlijk, dat we ons met die mannen identificeren – ter dood veroordeelde misdadigers, waarvan we niet meer weten, geen achtergrond, geen levensverhaal, dan dat. Ze staan ver weg.

Tegelijk zien we wel, dat deze misdadigers erg van elkaar verschillen. De ene reageert heel anders dan de ander. Er loopt een scheiding tussen hen door, maar die loopt tussen alle mensen rond dat kruis. Aan de ene kant degenen die spotten, zich ergeren aan Jezus. Aan de andere kant zijn er degenen die plotseling inzien wie Jezus is, en in hem geloven.

‘Red jezelf toch!’ dat is de boodschap van degenen die zich afzetten tegen Jezus. De leiders, de soldaten en die ene aan het kruis. Ze ergeren zich waarschijnlijk aan zijn gebrek aan verzet, de onmenselijke manier waarop hij ondergaat wat hem overkomt. Word toch kwaad!

Red jezelf… neem verantwoordelijkheid, maak keuzes voor je eigen leven.. En: je moet ook aan jezelf denken, goed voor jezelf zorgen…. Dat zijn dingen die we vaak tegen elkaar zeggen. En ook echt gemeend: het heeft er mee te maken, dat je je naaste moet liefhebben als jezelf en dus niet méér dan jezelf. Je mag ook aan jezelf denken….

Als het maar niet ten kòste van een ander gaat. Want dan wordt het zonde, om een zwaar woord te gebruiken… als je een ander kwetst, met wat goed voor jou is, dan ga je een grens over. Zonde is wat misgaat tussen mensen, als je alleen je eigen belang in het oog houdt. Misschien onbedoeld…. Soms kun je zo opgaan in wat goed voor jou is, wat je verlangen is, dat je het gevoel hebt niet anders te kunnen…. En je ziet niet de gevolgen voor een ander… of je ziet ze wel, maar je beseft niet wat je daarmee bij die ander aanricht – je neemt die pijn niet echt mee in je afweging, je keuze. Je gaat je eigen weg, en verwijdert je van de ander. En laat de ander daarmee vallen…

Je eigen wil staat centraal, en daar wil je gehoor aan geven, aan dat waar jouw hart naar uitgaat… kun je dat inleveren, op zij zetten?

Niet mijn wil, maar uw wil geschiede…. Zo zegt Jezus het.

Red jezelf.. doe wat je wil, wat goed voor jou is…. dat is niet wat Jezus doet. Hij is degene die de ander méér liefheeft dan zichzelf – dat wat wij misschien niet kunnen en niet hoeven… dat is de kern van zijn leven. Leven voor anderen, zonder daarbij zichzelf op het oog te hebben.

Jezus kan zichzelf niet redden, want dan zou hij loslaten wie hij is – degene die de mensen niet loslaat die hem nodig hebben – zoals deze misdadiger aan het kruis, deze ene mens.

Deze liefde tot het uiterste, zelf-overgave, loopt uiteindelijk uit op de overwinning op het donker… al is dat hier onder het kruis nog moeilijk te begrijpen… uiteindelijk houdt Gods trouw ons door alle donker heen vast, en brengt ons zo naar het licht

Jezus tussen 2 misdadigers… de één roept ‘Red jezelf en ons erbij!’ Jezus blijft stil. Zijn hele leven draaide om het redden van mensen. Maar daarvoor is wel een opening nodig. En die biedt die ene misdadiger niet. Geen schuldbesef, geen kwetsbaarheid, alleen harde spot. Hij vraagt niet echt om hulp.

Daar reageert de ander op. Wij hebben onze straf verdiend, zegt hij. Jezus niet…

En dan vraagt hij ‘denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt’… Denk aan mij… hij vraagt niet om redding, hij vraagt alleen om niet vergeten te worden. Als ik straks dood ben, dan is er niemand die zich mij nog herinnert… Laat mijn naam niet verdwijnen, niet in het niets opgaan, maar noem mijn naam nog, dan ga ik niet verloren.

En Jezus pakt hem als het ware bij zijn beide handen en zegt: vandaag nog zul je met mij in het paradijs zijn. Je valt niet in het niets, je bent verbonden met God.

Misschien is het wel nu, hier en nu, ter plekke daar aan het kruis, dat er voor die misdadiger een wereld opengaat. Een wereld van herwonnen onschuld, van vergeving. Een paradijs… een tuin waar God en mens dichtbij elkaar leven, niet gescheiden door verwijdering, onbegrip, eigenzinnigheid…

waar mensen zich voor elkaar niet schamen, omdat ze niet bang zijn voor elkaar, geen kwaad te duchten hebben… nog nooit gekwetst, een en al vertrouwen. Een plek waar je geen fouten maakt, geen mensen kwetst, of in een moeilijke positie brengt, waar geen littekens zijn, dingen die niet meer teruggedraaid kunnen worden.. alles zuiver en goed.

Het land van Ooit en het land van Eens. De tuin waar God wandelde met Adam en Eva, die twee mensen van het begin. Het Koninkrijk van God, waar God eens zal zijn: alles en in allen.

Zo’n wereld, het paradijs, daar is het misschien wel ooit begonnen. Maar door verkeerde keuzes van de kant van ons mensen ligt zulk vredig samenleven vaak buiten ons bereik. Jezus belooft hier dat het toch bereikbaar is. Ook voor mensen die geschonden zijn, gevallen… Jezus belooft deze mens die met de dood gestraft wordt voor het leven dat hij geleid heeft de ervaring van ongeschonden, puur leven, dichtbij God. Waar dat is? Is dat alleen na de dood? Of zijn dat momenten die ons geschonken worden, soms, zomaar? Momenten van eeuwigheid, met de warmte en de kleuren van een paradijs? Als iemand je vergeeft, je een nieuwe kans gunt, van je houdt hoewel je niet perfect bent…

Jezus belooft dat we daar niet voor eeuwig van afgesloten zijn, van leven met eeuwigheidswaarde. Onze schuld, onze fouten hebben ons verwijderd van wat God bedoeld had, maar Jezus trekt ons mee, terug naar zijn Vader. Mee naar het paradijs.

Schuld… herkent u zich daarin? Voel jij je wel eens schuldig? Wanneer ben je schuldig? En hoe wordt je daar weer van verlost? Kun je jezelf daarvan verlossen, jezelf redden?

Deze ene misdadiger voelt heel diep, dat hij zichzelf niet redden kan. Hem is alles uit handen geslagen… hem is alles mislukt, bij de handen afgebroken.

Hoe schuldig zijn we aan wat er fout gaat in ons leven? Nemen we daarvoor de volle verantwoordelijkheid? Zijn er excuses, redenen te bedenken… Durven we onder ogen te zien dat we een ander pijn hebben gedaan. Tekort gedaan: teveel bezig geweest met wat goed was voor jezelf, de ander uit het oog verloren… Jezus pakt als het ware de beide handen van deze man naast hem. Om hem mee te nemen door het donker heen. Hij pakt ons allemaal vast, in het donker. Op weg naar het licht van Pasen. Wanneer Jezus opstaat in die andere tuin, die lijkt op de tuin van het paradijs… een plek vol licht, waar God en mens elkaar ontmoeten, waar mensen teruggegeven worden aan het leven, aan elkaar. Waar bloemen bloeien, liefde opbloeit en het leven licht en puur is.