Overweging 6 februari 2011

Bij Matteüs 5: 13-16 en 1 Korinthe 2: 1-9

Je bént het licht, het zout
Jezus zegt: jullie zijn het zout van de aarde.. jullie zijn het licht van de wereld..
Hij zegt niet: dat zou je moeten zijn.. je moet echt beter je best doen.. je zou het kunnen zijn..nee, je bent het.. wen er maar aan.

Je bent licht, je bent zout.. je bent kind van God en bestemd om te stralen.. en soms zou je liever duiken en het jezelf gemakkelijk maken, weglopen voor de uitdaging… maar nee.. je bent licht, je bent zout.. licht dat een ander hoop geeft. Zout dat smaak geeft, pit, dat het geheel van de samenleving hard nodig heeft....

Zo, dat staat.. maar eenvoudig is dat niet natuurlijk. Er zitten allerlei vragen aan vast.

Hoe doe je dat in een samenleving waarin geloven niet echt vanzelfsprekend is, en christendom en de kerk bepaald niet ‘hip’ of cool? Hoe voorkom je dat je stil valt..

Hoe doe je dat, stralen, spreken van je geloof, je overtuiging, zonder een ander te verblinden of de mond te snoeren.. hoe doe je dat met respect?

Hoe doe je dat in de opvoeding, je kind richting geven en bagage genoeg om te kunnen begrijpen wat geloven is, zonder het de ruimte te ontnemen om zelf te kiezen.. ?

Gods liefde uitstralen..

Jezus gebruikt een beeld van een stad op een berg, die licht uitstraalt. Ik moet denken aan stadjes in de Toscaanse heuvels, die je in de verte al ziet liggen. Een dorp had lang geleden geen ramen aan de buitenkant, de open ramen waren alleen naar binnen gericht. Om vijanden geen kans te geven binnen te dringen. Maar een stad, met beschermende muren, die had wel ramen en straalde daardoor licht uit.

Jezus staat in de joodse traditie waarin het volk Israel uitverkoren is, een licht voor de volken.. maar dat betekent niet dat ze de wereld in trekken om anderen te bekeren. Het betekent vooral dat het volk de opdracht heeft, en een zware opdracht waar ze soms heel graag onderuit zouden willen omdat het hen lijden oplevert, om uit te stralen wat het betekent om met God verbonden te zijn. Om vol te houden om te zijn wat ze zijn.. Gods volk.

De wet van Mozes bezegelde dat verbond. In de vernieuwende leer van Jezus is het verschoven van de wet naar de genade.. Gods liefde is wat de mens met God verbindt, God die zelf in Jezus naar ons toe komt, een hand reikt, vergeving, nieuwe kansen... Dat mogen zijn leerlingen uitstralen… als het goed is kunnen ze niet anders, omdat ze er vol van zijn.. vol van genade…

Jezus lijkt in zijn tijd niet bezig met de vraag of de uitspraak ‘jullie zijn het licht, jullie zijn het zout’ tegelijk betekent dat anderen het niet zijn.. in zijn leven richt hij zich vooral op zijn volk, het joodse volk.

Pas in de tijd van zijn leerlingen, zoals Paulus, komt de wereld van anders-gelovigen in beeld. Hoe ga je daarmee om? Hoe draag je je eigen licht, waarheid uit zonder een ander af te wijzen – wat heb je daarvoor nodig?

Het is verwant met de vraag: Hoe draag je je kind over wat belangrijk is, zonder het in een bepaalde richting te dwingen? Hoe leer je een kind geloven? Hoe ben je duidelijk, zonder te dwingen.. met respect voor vrijheid, omdat alleen in vrijheid geloof groeien kan..

Ik zou zeggen.. door het uit te stralen, niet door het in het midden te laten.. door uit te stralen dat het iets is wat je vertrouwen geeft, en daarbij mag je dan best laten merken dat je op veel vragen geen antwoorden hebt.. dat je het soms heel moeilijk vindt…

Je kunt niet alle levensbeschouwingen tegelijk voorleven aan je kind.. er is niets mis met een keus voor één overtuiging.. als je de kunst verstaat om je eigen positie niet te verabsoluteren. Je ervan bewust te zijn dat over God het laatste woord door een mens niet gesproken kan worden.. maar tegelijk: gesproken moet er wel worden, al is het hakkelend..

Dwaasheid, in een geseculariseerde wereld

Paulus zet het scherp neer: wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen.. daar willen wij het toch over hebben.. want dat heeft God bestemd voor wie hem liefhebben. Het lijkt een dwaze onderneming.. en eerlijk gezegd is dat wel wat ik vaak denk als ik thuis achter mijn buro bedenken moet wat ik hier op deze plek u ga vertellen. Hoe kan ik nu woorden vinden voor dat geheim, dat een mens te boven gaat.. God die zo groot is en toch dichtbij.. liefde die geen einde heeft..eeuwige trouw.. God die de wereld draagt èn mij..zoals ik ben.

Ik maakte een week geleden een conferentie mee die ging over predikant zijn in een seculiere samenleving, een samenleving waarin de secularisatie diep is doorgedrongen… hoe wij kunnen spreken over God in samenleving waar de vanzelfsprekendheid van dat spreken weg is.

Secularisatie, de ontwikkeling, waarbij de kerk uit uit het openbare leven is verdreven naar de privé sfeer en waar velen hebben geconcludeerd dat er zonder de kerk prima te leven valt zit diep in onszelf .. ik betrap mezelf er op dat ik zelf behoorlijk geseculariseerd ben..

Onze controle over de wereld om ons heen is onnoemlijk vergroot, en dat staat niet los van het besef dat we door God geroepen zijn om onze verantwoordelijkheid te nemen, ons verstand te gebruiken.... De ruimte van God lijkt daarmee wel steeds kleiner te worden. Geloven is een optie geworden temidden heel veel andere, en het christelijk geloof is niet de meest hippe.

Het wordt moeilijker om buiten de door ons gecontroleerde werkelijkheid te denken, buiten de ratio, buiten wat tastbaar, ervaarbaar, meetbaar is, wat geregeld en onderzocht kan worden.. Goed, je ervaart nog wel ‘iets’ dat er bovenuit gaat, maar taal daarvoor, woorden die ontbreken meer en meer… Er is wel ‘iets’, maar mag dat God heten? Daar begrijpt je buurman toch niets van zodra je daarmee aankomt.. en je kleinkind, die kijkt je onbegrijpend aan.. die is bezig met heel andere dingen. Denken en leven binnen de grenzen van ons leven hier en nu, binnen wat ervaarbaar is, dat is dominant en vanzelfsprekend..

Toch, Iemand ontmoeten..

Maar dit is niet het hele verhaal.. er zijn momenten van verwondering.. van diepte ervaring.. ontmoeting met God. Maar het lijken wel bijna incidenten, die maar moeilijk een plaats krijgen in ons dagelijks leven, in onze taal.. die maar moeilijk verbinden met de taal van onze ouders en grootouders, met de taal van de bijbel. We houden ze maar moeilijk vast, die ervaringen van transcendentie, van ervaring van het geheim.

We vinden er maar moeilijk woorden voor…

Wij hebben een debat met ons seculiere buurman, ons geseculariseerde kleinkind, ons geseculariseerde zelf dat zegt: waar vind je God dan, waar kun je hem aanwijzen?

En dan ook nog eens… De kerk heeft geen goede pers.. om het goede te doen heb je dat instituut en misschien zelfs geloven in God niet echt nodig.. willen we wel deel worden van een gemeenschap, van deze gemeenschap.. op zondagmorgen in de banken zitten? Geloven is voor velen iets individueels.. het zelf zoeken van een weg..

Dat is een gegeven.. maar best moeilijk voor ons als vierende gemeenschap..wil wie God zoekt hier wel binnenkomen en mee vieren? Wat als dat niet zo is.. ?

Is de kerk nodig om te geloven? Een licht voor de wereld, zoutend zout..

Jezus heeft nog geen kerk voor ogen, als hij dit zegt. Een groepje leerlingen, die hij twee aan twee op weg zal sturen..

Die leerlingen gingen niet op weg met een verhaal over iets, maar iemand.. het licht dat ons verlicht is niet iets maar een gezicht dat ons aankijkt en een hand die ons aanraakt.

Geen abstracte waarheid, niet ‘iets’, maar God die te ontmoeten is in een mens, te zien is in Jezus. Kan het concreter?

Je toevertrouwen..

Het blijft een sprong om je aan de handen van God toe te vertrouwen, handen zoals Jezus die laat zien. Vertrouwen is een sprong – bij een ander mens, maar zeker bij God vraagt het dat je ondanks twijfel toch een stap zet.. doe je dat niet, dan blijf je ten diepste alleen..

Daarbij hoef je je verstand niet als een oude jas af te laten glijden.. het is niet irrationeel.. tegengesteld aan de kennis die je verzameld hebt.. aan je gezonde verstand, de kennis van nu.. we zien Jezus in debat gaan, maar tegelijk.. hij houdt consequent de werkelijkheid open naar God toe… en haalt steeds weer de dwaasheid binnen.. de kwetsbaarheid.. de liefde.

Je bent het licht der wereld, het zout van de aarde.. omdat je geraakt bent door God, en daarom staat je werkelijkheid open, is het niet gesloten en dicht, maar open..

Paulus zelf stamelt erbij. Hoe kan ik een geheim verkondigen..? Alleen God zelf kan overtuigen.. toch spreekt hij. Wij stamelen, want hoe kun je een geheim uitleggen.. maar stil mogen we niet blijven. Laat je licht schijnen, het licht van Gods liefde.