Overweging bij Marcus 1:29-39 en psalm 13 zondag 8 februari 2009 |
|||||
|
Alle zieken en bezetenen komen bij Jezus, het hele stadje stroomt uit… allemaal op de stoep van het huis. Allemaal mensen die iets nodig hebben, die hulp zoeken, die geen raad weten. In het gesprek dat ik met een groepje mannen had voor deze dienst hoorde ik het verhaal van een genezer die ooit in Wijk woonde - de grote god werd hij genoemd. Hij had bijzondere gaven hij kon zien wat er met je aan de hand was, en hij kon strijken met zijnhanden, zodat je beter werd. Het werkte niet bij iedereen, maar bij genoeg mensen om te zorgen, dat ze van overal naar hem toe kwamen. Ik moet denken aan de woorden van psalm 13: hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen en mijn hart door verdriet overstelpt, dag aan dag…. Voor degene die bidt voelt het als een vijand die haar belaagt een vijand, die het leven zuur maakt, die de levensvreugde wegneemt, iets kwaads wat je het leven onmogelijk maakt… Temidden van zorgen, die je in beslag nemen, van pijn die je energie opslokt kun je je afvragen ‘wie helpt me nu’? Hoe lang nog moet ik vechten tegen een onzichtbare vijand… om moed te houden, om overeind te blijven, om het leven te zien zitten? Het leven maar half te leven, of nog minder… Als je dan hoort van iemand die mensen bevrijdt van ziektes en zorgen waar niemand ze vanaf heeft kunnen helpen, dan ga je… Hij genas vele zieken van allerlei kwalen.. en hij dreef veel demonen uit.. Jezus geneest vele zieken en bezetenen… hij gaat in tegen ziekte, maar ook tegen wat ongrijpbaarder is, wat mensen in de greep houdt, waar ze zich maar niet van kunnen losmaken. Je kunt hier denken aan psychisch zieken in de tijd van Jezus waren er geen medicijnen die mensen hielpen hun angsten, depressies, wanen in bedwang te houden. Tegenwoordig zijn er medicijnen, behandelmethoden…. Maar ook nu nog is er zoveel wat zich niet zomaar genezen laat.. mensen die maar niet gelukkig worden, niet stevig op hun benen kunnen staan, elke keer weer terugvallen, gevangen blijven in tegenslag..Je kunt denken aan die buurvrouw die zo slecht voor zichzelf zorgt, of de buurman die steeds hetzelfde zegt en tot wie je niet kunt doordringen… gevangen in zichzelf.. vechtend met een onzichtbare vijand. Het is er in het groot en in het klein… Stemmen die je lastig vallen, daarvoor hoef je niet psychisch ziek te zijn.. een stem die zegt dat je dit of dat moet doen voordat.. dat je het helemaal niet goed gedaan hebt…. Dat een ander je vast niet ziet zitten… een stem die je influistert dat het vast verkeerd afloopt… Ja maar stemmen zijn het, die je doen twijfelen, die je weerhouden om jezelf te geven, om vrij in het leven te staan… Stemmen die je opsluiten, en een beetje gif in spuiten. In de verhalen van Jezus gaat het hier over iets wat staat tegenover God de macht van bezetenheid, die is in tegenspraak met dat wat Jezus brengen wil. Hij komt met goed nieuws, van Gods koninkrijk… Het mooie bij Jezus is, dat hij iemand waarvan wij misschien zouden zeggen ‘die is gek’, iemand waar wij geen greep op krijgen, dat hij zo iemand niet opgeeft. Hij ziet de mens èn de demon, de kracht die de mens vasthoudt en niet tot zijn recht laat komen. Jezus kan die twee scheiden, de mens zoals die bedoeld is verdwijnt niet in zijn gekte… Hij stelt een grens aan wat een mens overspoelt ‘zwijg en ga weg’ horen we hem zeggen in de synagoge tegen de demon stop ermee, om het leven onmogelijk te maken… Wat zou je soms graag hebben dat iemand tegen je zei ‘stop ermee’ en dat dat dan ook werkte… dat je vrij werd, los kon laten… Jezus bevrijdt vele zieken en bezetenen… maar het gaat niet om hem, en de wonderen die hij kan doen het gaat om God en zijn koninkrijk.. Die wonderdoener hier in Wijk, heeft vast zelf niet gevraagd om de naam ‘grote god van Wijk’. Het waren vast anderen die hem tot god maakten.. zoals het bij Jezus ook dreigt te gebeuren. Het gaat om God en zijn koninkrijk… dat klinkt ongrijpbaar, abstract, moeilijk.. en dat is het misschien ook wel. Toch gaat het daarom: om mensen te laten zien hoe ze zelf verbonden zijn met God hoe ze zelf kunnen veranderen… om elk van ons wakker te schudden, en te zien hoe wij, zelf, degene zijn op wie God wacht… Wij zijn méér zijn dan een kwaal, dan verwarring, pijn… we zijn mensen van God, verbonden met de Eeuwige. We mogen vanuit dat vertrouwen gaan leven. Dat vertrouwen zien we bij Jezus het vertrouwen dat hij zoekt als hij zich terugtrekt in de stilte. Om te bidden. Daar in de stilte, daar is de plek waar het geschreeuw van de stemmen, van alles wat onvrij maakt, wat móet, wat echt niet anders kan, overgaat in vrijheid. In de stilte van God mag de mens zijn wie hij is, mag de mens zich geborgen weten, mag zij zichzelf zien in de spiegel zonder te schrikken.. daar in de stilte laat God zich vinden. |
|||||
|
|||||