Overweging 8 maart 2009

Bij Exodus 33: 18-23, 1 Koningen 19: 9b-13 en Marcus 9: 1-10 ‘de verheerlijking op de berg’.

In ons dagelijks leven staan we steeds voor allerlei keuzes. Wat is daarbij de bron waaruit we putten, waardoor laten we ons drijven?

Ik wil geen karikatuur gaan schilderen van onze samenleving …. Alsof de massa alleen maar gaat voor geld, voor méér, voor prestatie… want is dat wel zo? En wij dan?

Het is voor iedereen moeilijk om zich te onttrekken aan waarden die belangrijk zijn in onze cultuur. Wil je dat ook, je onttrekken aan wat anderen belangrijk vinden? Dan moet je je misschien in een klooster terugtrekken… Ik denk dat we met z’n allen op zoek zijn naar manieren om ons leven kleur te geven, om mee te tellen, om ons aan te passen, en tegelijk willen we daar ook grenzen aan stellen. Want we weten natuurlijk best wat het belangrijkste is.. het probleem is misschien vooral, hoe blijf je daarbij?! Hoe blijf je bij wat belangrijk is, en ga je niet op in wat je dagelijks te doen hebt, in wat er in onze wereld omgaat…

Of beter: er is niets mis met je helemaal geven aan wat je dagelijks doet, je daarvoor inzetten… maar hoe houd je daarin zicht op de diepte, op de basis – hoe betrek je die erbij, in plaats van aan de oppervlakte te blijven.

Hoe ervaren we iets van God, hoe richten we ons op God, in ons dagelijks leven – niet ernaast, maar er middenin?

Laten we eens kijken naar Mozes en Elia, de metgezellen van Jezus daar boven op die berg. Als er ergens een plek is van Godservaring, dan is het daar wel.

Jezus straalt, hij wordt veranderd daar in een evenbeeld van God. Wij kunnen ons niet zomaar spiegelen aan Jezus, Gods zoon… zo dichtbij God als hij hier is, zo doorzichtig, zo helder, dat is onvergelijkbaar met onze ervaring… dat denk ik tenminste.

Wij kennen misschien wel de ervaring dat er iets is dat ons laat stralen – dat we ons aangeraakt voelen, ‘een ander mens’ door iets of iemand geraakt. De ervaring dat in een bepaalde situatie alles op z’n plek valt, en het goed is – de tijd die even stilstaat, je bent thuis bij jezelf en voelt God om je heen… heel even duurt dat.. een glimp van de eeuwigheid..

Mozes is iemand die zo’n ervaring kent. Uit de woestijn, bij het brandende braambos, toen is er iets radicaal veranderd. Hij ontdekte wat zijn roeping was, zijn taak. En hij merkte daar hoe God bij hem was, ik-zal-erzijn, en beloofde te blijven, door alles heen. Het volk wordt bevrijd en komt in de woestijn. Daar raakt het al snel de weg weer kwijt. Het gouden kalf wordt gesmeed. Als houvast.

En Mozes ziet het misgaan en de 10 woorden van God gaan aan diggelen. Hij heeft een tent neergezet, waar hij God opzoekt, en hem vraagt het volk niet in de steek te laten, ondanks hun daden.

Mozes worstelt met de dagelijkse werkelijkheid van het leven, in de woestijn… wat is zijn roeping waard, hoe houdt hij het vol, om zich te richten naar God, en het volk voor te gaan en te brengen naar het beloofde land?

Mozes heeft God eens ontmoet, maar hier zien we hem zoeken naar het terugvinden van die ervaring – hoe is God hier en nu bij mij, bij het volk?

En dan geeft God zelf hem een plek, waar Mozes dichtbij God kan zijn. Het is alsof hij mag schuilen in de holte van Gods hand. Daar mag hij op adem komen. Zodat hij weer verder kan.

En dan Elia. De andere gesprekspartner van Jezus. Ook hij weet van tegenslag. Hij is achterna gezeten door koningin Izebel, hij ziet om zich heen hoe er overal onschuldige slachtoffers vallen. Hij gaat de woestijn in, om alleen te zijn, en om het op te geven. Tot er een engel komt, die hem brood en water brengt. Net genoeg om weer op te staan. Dan komt ook Elia in een grot, net als Mozes. God vindt hem daar. En hij uit zijn teleurstelling tegen God – ik heb me zo ingezet, maar wat heeft het voor zin?

Dan nodigt God hem uit, voor een ontmoeting… kom naar buiten… en in het zachte suizen gaat hij voorbij, als Elia in de opening van de grot staat.

Als het kwaad, de tegenstand, de luiheid van mensen, of hun boze plannen, je moedeloos maken, als je twijfelt aan jezelf en je eigen goede bedoelingen, zo dat je haast nergens meer in geloven kunt … dan heb je het nodig dat de Eeuwige zich laat zien. En dat doet Hij, bij Mozes en Elia... Op een ontroerende manier – voorzichtig, Hij geeft ze een plek waar ze Hem kunnen ervaren en beschermt ze, met zachtheid.

Een plek waar alles even stilvalt, en God er is…

Daarna heeft Elia weer energie om zijn werk door te geven aan een opvolger, aan Elisa. En Mozes heeft kracht om opnieuw de 10 geboden naar het volk te gaan brengen.

Deze twee zijn bij Jezus, twee mensen die weten wat het is om God te ontmoeten als je niet meer verder kunt of durft… die staan naast hem aan het begin van zijn gang naar Jeruzalem, waar de tegenstand, het kwaad dat mensen elkaar aandoen tot een hoogtepunt zal komen.

Voor zijn vrienden die erbij mogen zijn is het een ervaring, die ze in hun hart meedragen. Ze hebben even middenin het geheim gestaan – in de holte van Gods hand waar de eeuwige dichtbij is… de wolk van zijn aanwezigheid was om hen heen, en ze hoorden een stem.

Het besef dat dat de grond van hun leven is, zal dat weer vervagen bij het afdalen van de berg? Zullen ze het onthouden, vasthouden in hun systeem, bij alle dagelijkse dingen, in al hun beslissingen, in hoe ze naar anderen kijken, in hoe ze zichzelf zien, in het afwegen wat ècht belangrijk is?

Het is een moeilijke sprong – van de stilte van de berg naar onze dagelijkse keuzes… naar maatschappelijke betrokkenheid – kiezen voor het milieu, beter bankieren, duurzaamheid in het huishouden, het geven aan goede doelen, stil staan bij de schrijnende ongelijkheid in de wereld… hoe neem je je verantwoordelijkheid hierin, en vooral: hoe houd je het vol om daar hoopvol naar te blijven zoeken….

Misschien helpt ons dan een ervaring zoals die van Mozes of Elia – even geborgen in de holte van Gods hand…