Zondag 8 november, overweging dankdag bij Matteüs 25: 14-30
|
|||||
|
We kunnen de gelijkenis over de talenten op heel verschillende manieren lezen. Je kunt het zo uitleggen (en dat ligt ook het meest voor de hand: We ontvangen ieder de opdracht om in ons leven te werken met wat we in handen gekregen hebben, met onze vermogens, met wat de schepping ons biedt het is niet de bedoeling dat we het in de grond stoppen, en angstig in een hoekje gaan zitten. God geeft ons zoveel van de kracht van ons lichaam, ons verstand, twee handen aan ons lijf, inzicht en liefde.. het is zonde om daar niets mee te doen. Het is zonde: dat voelen we als horen over die ene dienaar die wat hij ontvangt in de grond stopt. uit wiens toon cynisme en wantrouwen klinkt hij is bang om afgerekend te worden op wat hij doet, en daarom neemt hij het risico niet. De twee eerste dienaren pakken aan wat ze ontvangen en zonder dat ze instructie meekrijgen gaan ze ermee werken. Ondernemende types, zij nemen wel het risico, ze werken hard, ze ‘gaan ervoor’.. Maar de derde heeft het als de Heer terugkomt nog over ‘uw talent’ hij heeft het nooit aangepakt. Hij heeft het zich niet toegeëigend, wat de Heer hem toevertrouwen wilde. Hij wil er niets mee doen. Het is zonde als je niet aanpakt wat God je gegeven heeft een gave die je hebt, gekregen dus.. Die mag je gebruiken. Om het uiteindelijk weer aan God terug te geven, zoals de twee dienaren doen als hij terugkomt, de heer, dan is het geen vraag wat ze zullen doen, ze komen onmiddellijk met hun verdubbelde aantal talenten aan. Kijk hier zijn ze. Ze stoppen ze niet veilig weg om voor zichzelf te houden. Het gaat hier om echt aanpakken, wat je gegeven wordt met vertrouwen aan de slag. Maar het moois dat je ermee doen kunt ook niet voor jezelf houden. Je inzetten voor het geheel, voor de gemeenschap in bijbelse termen: het koninkrijk, van God. Niet je eigen rijkdom, daar draait het niet om. Je werkt hard met wat je toegevallen is en je geeft het terug.. Om dan deel uit te mogen maken van het feest dat God aanricht. Mooier dan wat wij tot stand kunnen brengen. Zou je ook nog wel eens anders kunnen kijken naar deze gelijkenis? Het is als met een plaatje waar twee afbeeldingen waarvan je als het ene ziet het andere niet meer kunt zien. Is God wel de heer die van zijn dienaren vraagt om winst te maken, zoveel mogelijk? En bij wie de moraal van het verhaal is: wie weinig heeft, van hem zal het ook nog worden afgenomen als het hem niet lukt om succesvol te zijn? Is er ook nog een andere bril mogelijk, een ander plaatje? Stel dat Jezus op het beursplein zou staan, in Amsterdam of ergens anders waar demonstranten van de occupy beweging protesteren tegen de macht van het geld, tegen het woekeren op de beurzen, tegen het steeds maar méér.. Zou hij dan deze gelijkenis kunnen vertellen om een trend in onze samenleving aan de kaak te stellen, waar we wel in mee moeten, of denken te moeten? Zou Jezus ons met deze gelijkenis wakker willen schudden, om te laten zien wat de consequenties zijn van het steeds maar meer, economische groei, winst: degene die niets heeft komt in de buitenste duisternis terecht, wordt afgeschreven, aan de kant gezet. Wie niet mee kan komen verliest, heeft het aan zichzelf te wijten.. De onbarmhartigheid is aan de macht, het recht van de sterkste.. maaien waar je niet gezaaid hebt, oogsten waar je niet geplant hebt zo wordt er gesproken over de heer in de gelijkenis.. dat klinkt als het gebruiken of misbruiken van mensen, als gemakkelijk binnenlopen, als uitbuiting. Dat klinkt niet als fair trade eerlijke handel.. hier krijgt wie op het land werkt maar weinig of niets van de opbrengst, hier deelt wie lange uren maakt in de fabriek niet in degrote winsten..hier ziet wie zijn lang hard heeft gewerkt voor een pensioen niets terug van wat er door speculeren met z’n geld verdiend is.. in tegendeel, hij moet ervoor betalen als de beurzen kelderen.. Dat kan God niet zijn, hier moet het juist gaat om wat God niet wil, om het tegenbeeld de heer van het koninkrijk is hier verdreven door een soort gouden kalf van steeds maar meer. En wie niet succesvol genoeg is verdwijnt vanzelf.. Ik schilder het wat zwart-wit, maar zo gaat dat in gelijkenissen door overdrijving moeten we wakker worden. Misschien kunnen we deze gelijkenis heel anders uitleggen dan we gewend zijn. Ik weet niet of Jezus het zo bedoeld heeft. Maar wat hij zeker niet bedoeld heeft, denk ik, is dat het hier gaat over succes, over het leven als één grote talentenjacht, een jacht naar applaus, het omdraaien van een stoel met een BN-er erin als die je maar ziet, als er op je gestemd wordt. Ga ik door naar de volgende ronde of niet…wordt er op mij gestemd.. Het gaat hier om gaven dat wat we ontvangen. Niet om wie beter is het meest succesvol. Het gaat om het besef dat we ontvangen en dat we dat mogen inzetten en vermeerderen voor het geheel.. niet alleen voor onszelf. Ook voor diegene die het niet lukt, die gokt en verliest, of die het risico niet durft te nemen.. Jezus vertelt deze gelijkenis aan de vooravond van zijn lijden.. daarom tot slot nog een andere invalshoek: een verhaal. over de vierde knecht zo zou je de gelijkenis af kunnen maken: Er is was nog een vierde knecht. Wat hij heeft meegekregen was niet slechts een, twee of vijf talenten. Zijn heer heeft hem onnoemelijk veel meer toevertrouwd. En hij ging heen, handelde naar zijn beste inzichten, nam grote risico's, deed investeringen waar anderen voor terugdeinzen maar alles wat hij ondernam is hem bij de handen afgebroken. Daar trad die vierde knecht binnen en stond daar te schutteren. Ieder hield zijn adem in: want als die bange knecht van dat ene talent al in de buitenste duisternis zat te knarsetanden, wat zal dan het verschrikkelijke lot zijn van hem die alles wat hem gegeven was, verloren heeft. Hij fluisterde: Heer, wat ge mij hebt toevertrouwd, ben ik kwijt geraakt. Toen sprak de Heer: Jij, goede en getrouwe knecht. Jij kent de hitte van de dag, de koude van de nacht. Jij bent moedig geweest en radeloos. Je hebt gewaagd en gewanhoopt. Veel heb je verloren, over meer zal ik je stellen. Ga in tot het feest van de Heer. Ik denk dat je Jezus die vierde knecht zou kunnen noemen. Hoezeer het ook leek alsof zijn leven mislukt was, of alles stuk was waarvoor hij zich had ingezet, God gaf hem het leven terug. |
|||||
|
|||||