Zondag 8 oktober, overweging bij Genesis 18
|
|||||
|
Wat betekenen Bijbelverhalen voor ons? Wat betekent de bijbel voor ons? Roept het vragen op, wat er in de Bijbel verteld wordt? Horen de verhalen vanzelfsprekend bij ons? Of staat het ver van ons af? Wonderen, God die spreekt vanuit de hemel, engelen die verschijnen, een maagdelijke geboorte,een schepping van de aarde in 7 dagen, Jezus die loopt over het water, zieken geneest, om nog maar niet te spreken van opstanding uit de dood… Hoe moeten we dat allemaal opvatten, deze verhalen? Zijn ze echt waar? Hebben ze iets met ons leven te maken? Als kind hoor je verhalen uit de Bijbel, zie je de platen in de kinderbijbel, en zie je het voor je. Zo was het gewoon, zo werden de eerste mensen geschapen, zo leefde Abraham, zo was Jezus en zo zag hij eruit. Zelfs van God kun je een plaatje maken in je hoofd misschien. Maar kinderen gaan al heel snel vragen stellen. Over de dieren en de mensen die verdronken door de zondvloed terwijl Noach wèl bleef leven… over de dood van Jezus waarom gebeurde dat nou, en moest dat echt… En waar is God nu eigenlijk? Die vragen zijn niet tegen te houden; iedereen krijgt ze. Is dat verkeerd? Is het beter om de verhalen van de Bijbel ‘gewoon maar te geloven’ zònder al teveel vragen te stellen? Laat ik heel duidelijk zeggen: of je nu vragen stelt of niet… uiteindelijk gaat het toch om het vertrouwen dat je hebt in de God van de bijbel. Geloven is uiteindelijk vertrouwen hebben. Niemand mag er op uit zijn om je dat af te nemen. Niet door te zeggen ‘dat kun je toch niet geloven, daar klopt toch niets van, dat is toch niet wààr?’. En niet door te zeggen ’dat moet je allemaal maar gewoon geloven, zonder precies te willen weten hoe het zit, vragen stellen is niet goed’…
De bijbel is niet zomaar een geschiedenisboek, maar een boek met verhalen over God en mensen. Bedoeld om ons aan te spreken, te inspireren, bedoeld om te raken aan ons leven met God. Dat kan alleen als je op je eigen manier de bijbel lezen mag, mèt of zonder de vragen die je hebt.
Ook dit verhaal kàn vragen oproepen. Hoe kan iemand die zo oud is nog zwanger worden? Hoe kan het überhaupt dat Sara en Abraham zo oud worden klopt dat wel? Waarom gaat het in de Bijbel zo vaak over het krijgen van kinderen, en over de belofte van een groot volk? Wie zijn die mannen die opeens langskomen?
Door al die vragen heen, is de boodschap duidelijk: niets is voor God onmogelijk… dus heb maar vertrouwen. Maar hoe geloof je dat? Je ziet aan Abraham en Sara dat zij de vragen ook niet zomaar overboord kunnen zetten. Ze lachen ongelovig, spottend… In ons voorgesprek verbaasden we ons over de kronkelpaadjes die God neemt om mensen te bereiken. Had dat niet wat eenvoudiger gekund? Bijvoorbeeld: Sara op haar 20ste zwanger, zodat haar een moeilijk leven en lang wachten bespaard bleef? Tegelijk realiseerden we ons, dat het zo heel vaak gaat, ook bij ons. Je leven verloopt niet als een goedgebaande, rechte weg naar het doel je neemt zijwegen, raakt de weg kwijt, keert weer terug… je neemt heel wat omwegen en kronkelpaadjes, de omwegen overkomen je, voordat je, misschien, bij je bestemming aankomt. En juist op die omwegen kom je God misschien wel tegen… en dan kun je bevrijdend lachen…. Zo gaat dat in de Bijbel ook… Waarom gebeurt ons dat nou nooit, een engel, een boodschap? Of toch… staat er bij ons wel eens iemand op de stoep, op het juiste moment, zò dat je denkt ‘die komt als geroepen, door de hemel gezonden’…. Hoe zouden wij reageren op zo’n ongelooflijke boodschap? Als iemand langskomt en begint over wat je allang niet meer durft te hopen? ‘Liefde’ dat woord neemt Sara in de mond. Eerst ongelovig lachen, maar dan, toch, voorzichtig, bevrijdend lachen… God komt dichtbij, op de kronkelwegen van ons leven. |
|||||
|
|||||