Overweging bij Lucas 2: 5-25
|
|||||
|
Zacharias is aan het werk in de tempel. Niet zomaar werk hij is door het lot aangewezen om een heel speciale taak te vervullen. Hij mag het reukoffer ontsteken op het altaar. Zacharias is vervuld met een plechtig gevoel, dat hem ook een gespannen gevoel geeft. Zo dichtbij God mogen komen, terwijl alle anderen buiten staan, als enige zo dichtbij. Hij staat hier niet voor zichzelf, dat probeert hij zichzelf in te prenten… hij staat hier vooral voor hen, voor al die mensen buiten, met hun zorgen en vragen, hun dankbaarheid en vertrouwen. Als hij het offer aansteekt en de rook omhoog kringelt, zendt hij in gedachten al die gebeden mee, zodat ze Gods oren zullen bereiken. Hij volgt de rook en snuift de geur op… Dan opeens ziet hij uit de rook iemand naar voren stappen. Een engel… Zacharias weet zelf niet hoe hij zo zeker weet dat dit een engel is… nooit eerder heeft hij er één gezien… alleen op afbeeldingen… daar leek hij niet echt op en tòch… het is een engel, hij weet het zeker. Zijn hart gaat tekeer, hij beeft… waar is hij bang voor? Eigenlijk wil hij wel wegrennen, maar hij blijft toch… De engel spreekt: wees niet bang, je gebed is verhoord, je vrouw krijgt een zoon.. Hoe weet die engel, temidden van al die gebeden, van zijn eigen verlangen, dat hij omhoog gestuurd heeft naar God? Het verlangen dat al zo lang niet vervuld wordt… en dat zorgt voor verdriet, schaamte, anders-zijn, medelijden op de gezichten… Zacharias hoort nauwelijks meer wat de engel vertelt over het kind dat komen zal.. Over de bijzondere taak van dit kind, de Geest die hem zal leiden, om mensen dichterbij God te brengen… Hij denkt alleen maar ‘dit kan toch niet, nu niet meer’… en dat zegt hij ook. Kijkt de engel teleurgesteld, boos misschien? Omdat Zacharias het niet vertrouwt? Of ligt er een begrijpende blik in zijn ogen als hij zegt ‘je kunt voorlopig niet spreken. Totdat je zult zien dat het echt waar is, tot je je kind zult zien…’ Psalm 141 wordt hier realiteit ‘laat mijn gebed voor u zijn als reukwerk…. zet een wacht voor mijn mond Heer, een post voor de deur van mijn lippen’ In de omgang met het geheim, met een God die hoort naar ons past ons stilte, voorzichtig wachten, verwachting die diep van binnen groeit…. Ruimte maken voor de komst van God. Daar is Elisabeth. Die al snel merkt dat ze zwanger is. Praten erover kunnen ze niet goed. Beiden trekken ze zich terug, laten de verwachting in stilte heel voorzichtig groeien. Als een zaadje dat in het donker ontkiemen moet… als een flakkerend vlammetje dat je met je hand beschermt… Misschien bladeren ze in de bijbel, zoeken ze het verhaal van Sara en Abraham op…. toen gebeurde het ook er kwamen engelen en die beloofden een zoon… ook daar een oudere vrouw, een oudere man, en toch nieuw leven… ook daar eerst ongeloof…. Gelach zelfs. Er komt een kind… maar hier is nog geen sprake van de komst van de Messias, van Christus. Johannes, het kind van Elisabeth, wordt beschreven door de engel als een wegbereider van God zelf. Hij zal mensen tot God brengen, hen verzoenen met elkaar… als een profeet. Hòe God komen zal, hoe dat werkelijkheid zal worden, dat is hier nog een geheim. Straks pas komt de engel bij Maria om te vertellen hoe God onder de mensen komen zal… Dringt het tot Zacharias door, dat niet alleen zijn gebed verhoord wordt, maar ook de gebeden van alle mensen in de tempel? De gebeden om verandering, om nabijheid van God? Johannes komt om zijn ouders gelukkig te maken. Om hun situatie te veranderen niet langer aan de zijlijn als kinderloos paar, niet langer mensen waar iets aan ontbreekt, waar iets niet helemaal goed aan is.. Maar hij komt ook omdat God heel veel mensen nabij wil zijn. Privé geluk is belangrijk, harmonie, vervulling van je verlangens, een warm en veilig thuis. Maar Lucas schrijft niet over een besloten familie-verhaal. Van het begin af aan speelt het zich af op het wereldtoneel. Waar keizers heersen, met harde hand, en koningen, waar herders zijn en geleerden. Waar mensen snakken naar meer recht en vrede. Waar mensen hoop krijgen, weer licht in hun ogen als ze luisteren naar wat de profeten schilderen: een wereld waarin het toegaat zoals God voor ogen heeft, waar zijn liefde wet is. Een wereld waar wij ook op hopen.. als we het niet opgegeven hebben, als we er niet even mee gestopt zijn bij gebrek aan tijd… hoop voor ons eigen leven, genezing van de dingen die ons pijn doen, en hoop voor het hele wereld-toneel waar zich zoveel pijn en verdriet afspeelt. Straks barst het lied los, in de hemel en op de aarde, maar nu nog groeit er iets in stilte… Rebecca Onderstal. |
|||||
|
|||||